Oorsprong: wat zijn vitamines en mineralen?

Vitamines en mineralen zijn onmisbaar voor het lichaam. We halen ze vooral uit de dagelijkse voeding, een klein deel maakt ons lichaam zelf aan.

Vitamines zijn in het begin van de 20ste eeuw ontdekt. Het woord vitamine is een combinatie van het Latijnse vita (= leven) en amine (= stikstof bevattende verbinding).

Vitamines helpen bij het zorgen voor een goede gezondheid en het goed functioneren van het lichaam. Vitamine A is bijvoorbeeld goed voor het gezichtsvermogen en vitamine B1 voor het zenuwstelsel. Vitamine C zorgt mede voor een goede weerstand en vitamine D ondersteunt de botten.

Ook mineralen zijn bij tal van processen in het lichaam betrokken. Zo is calcium nodig voor de instandhouding van normale botten en tanden. IJzer zorgt mede voor het transport van zuurstof door het lichaam en helpt bij het verminderen van vermoeidheid en moeheid.

Het belangrijkste verschil tussen vitamines en mineralen is een scheikundig verschil. Vitamines komen uit de levende natuur en kunnen door sommige planten of dieren zelf gemaakt worden, terwijl mineralen uit de dode natuur komen. Planten nemen mineralen op uit de aarde en ze komen ook voor in water. Dieren eten de planten en drinken het water. Wij eten planten en dieren en drinken water. Zo komen vitamines en mineralen in ons eten terecht.

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies Meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close